skip to main content

Top

Wouter de Heij, CEO

Ondernemerschap om de valley of death te overbruggen

oktober 2021

“Bij TOP vragen we ons altijd af waar in de markt latent behoefte aan is en hoe wij daarin met nieuwe technologie en apparatuur kunnen voorzien. Op de plank van universiteiten liggen genoeg ideeën.Op basis hiervan ontwikkelen we nieuwe technologieën die kans maken om na vijf tot tien jaar commercieel toegepast te worden.”

Aan het woord is Wouter de Heij, directeur van TOP, een bedrijf dat zich richt op het ontwikkelen van nieuwe technologieën voor commerciële toepassing in nieuwe markten. Hij en zijn team schuwen niet om de kloof tussen laboratorium en industriële schaal te overbruggen, ook wel valley of death genoemd. Als de technologie eenmaal rijp is voor de markt, verkoopt of licentieert TOP deze en pakt vervolgens een nieuwe uitdaging op. Het bedrijf, waar zo’n 25 mensen werken, richt zich vooral op innovatie in de voedingsmiddelenindustrie.

De Heij legt uit, dat TOP elk innovatieproject start zonder er meteen potentiële klanten bij te betrekken. “Je moet een creatieve omgeving hebben om uitvindingen te kunnen doen. Uitgaande van wetenschappelijke kennis ontwerpen we nieuwe apparatuur voor een proces, waarvan we vermoeden dat er latente behoefte is in de markt. Na verloop van tijd zoeken we samenwerking met klanten en apparatenbouwers om de nieuwe technologie toe te spitsen op specifieke commerciële toepassingen.”

TOP heeft bijvoorbeeld een technologie ontwikkeld, waarmee producent Ojah op basis van soja en water een vleesvervangend product maakt, Beeter® geheten, waarvan de structuur, smaak en beet te vergelijken zijn met die van kip. De technologie komt neer op het textureren van de plantaardige eiwitten van soja met zogeheten high moisture extrusion. Ojah was aanvankelijk een intern innovatieproject van TOP.

“Je moet een creatieve omgeving hebben om uitvindingen te kunnen doen.”

Vruchtensappen houdbaar maken

Een ander wapenfeit betreft het houdbaar maken van vruchtensappen door ze aan een extreem hoge druk bloot te stellen. Bij deze zogenoemde HPP-technologie, waarbij HPP staat voor high pressure pascalisation, blijven geur en smaak behouden. De ontwikkeling begon in 2009. TOP en sappenproducent Juicy-Line klopten samen bij Mibiton aan en kregen een financial lease om de huurkoop te financieren van een hogedruk apparaat van de Amerikaanse fabrikant NC Hyperbaric, de Wave 6000/55. Kort daarna ontvingen ze van Mibiton een tweede financiering voor de aanschaf van een HPP-apparaat met acht keer zoveel capaciteit, de Wave 6000/420. Hiermee konden ze via hun joint venture Pascal Processing in Helmond ook producten voor andere bedrijven houdbaar maken.

“Juicy-Line begon als klein bedrijf, maar is inmiddels uitgegroeid tot de grootste sapfabrikant van Europa met een jaaromzet van honderden miljoenen en honderden mensen in dienst. HPP is nu een volwassen technologie, die op grote schaal wordt ingezet”, aldus De Heij.

“Zo gaat dat vaker”, vervolgt hij. “We weten dat we ergens iets mee kunnen, maar niet precies wat, terwijl er ook nog geen markt voor is. Maar in samenwerking met een partner en klanten lukt het om commerciële toepassingen te vinden en te ontwikkelen. De meeste sappen en smoothies, die je nu in de schappen van supermarkten en tank­stations ziet staan, zijn met behulp van HPP houdbaar gemaakt. Met deze techniek worden ook kant-en-klaarmaaltijden houdbaar gemaakt.”

Bij HPP worden de flesjes vruchtensap ondergebracht in kokers die in het hogedruk apparaat worden geschoven, waarna de druk wordt opgevoerd tot 6000 bar. Hierbij bezwijken de celwanden van bacteriën die anders vroegtijdig bederf zouden veroorzaken.

“Die druk komt overeen met de druk van een waterlaag van 60 kilometer. Dat is vijf keer zo hoog als de druk op de bodem van de Marianentrog in de Stille Oceaan”, aldus De Heij.

In 2011 ontving TOP in samenwerking met Phycom, een grote producent van algen in Nederland, een tweede financial lease van bijna een half miljoen euro voor de bouw van een droog- en een extractie-installatie voor algen en andere botanicals. Het ging om een nieuwe extractietechnologie, die daarna is overgedragen aan extractiebedrijf PhytoNext.

TOP stond ook aan de wieg van de pulsed electric field (PEF) technologie, waarmee hoogwaardige stoffen uit planten geëxtraheerd kunnen worden en vloeibaar voedsel gepasteuriseerd kan worden. Voordeel is ook hier, dat geur, smaak en vitamines bij een temperatuur van maximaal 40 oC behouden blijven. Om deze PEF-technologie te kunnen ontwikkelen sloten TOP en extractiebedrijf Phytonext, dat eveneens uit TOP is voortgekomen, in 2015 een vierjarige overeenkomst met Mibiton om een PEF-generator van bijna twee ton aan te schaffen.

PhytoNext past deze nieuwe milde extractie methode inmiddels op grote schaal toe om hoogwaardige voedselsupplementen heelhuids in handen te krijgen. Dochterbedrijf Becanex in Berlijn, gebruikt het PhytoNext extractie platform sinds 2019 om cannabisolie uit hennep te winnen.

Korte pulsen

Bij PEF gaan er korte elektrische pulsen als een soort hartslag door een continue voedsel- of sapstroom. Die pulsen hebben een spanning van 60.000 volt en een stroomsterkte van 6.000 ampère. Ze leveren een kortstondig vermogen van 600 megawatt, die de membranen van bacteriën kapot maken en ook schimmels en gisten doden. Drankjes en vloeibare voedselproducten blijven hierdoor minstens drie weken houdbaar. “Meerdere grote producenten gebruiken inmiddels naast HPP ook PEF om sappen te pasteuriseren”, aldus De Heij.

Bij TOP loopt een nieuw programma om eiwitrijke stromen met PEF te pasteuriseren. “Bij rauwe melk bijvoorbeeld hebben we te maken met het probleem, dat bij laminaire stroming de vloeistof aan de rand trager stroomt dan in het midden, waardoor eiwitten bij de wand coaguleren. Als het lukt om dit op te lossen, kunnen we PEF toepassen om bijvoorbeeld havermelk houdbaar te maken, zodat het veel beter smaakt, in plaats van sterilisatie bij hoge temperatuur.”

Mals vlees

TOP is in feite de researchtak van Blue Ocean Xlerator (www.boxnv.nl), een private incubator voor ondernemers die duurzame innovaties tot ontwikkeling willen brengen. Samen met Bflike heeft TOP de afgelopen jaren ook een platformtechnologie ontwikkeld om op basis van plantaardige grond­stoffen vlees- en visvervangende producten te produceren. “Vegetarisch vlees is vaak droog, door­dat vetten ontbreken. Bflike-producten zijn echter net zo mals als gewoon vlees”, verklaart De Heij.

In april 2021 is Bflike deels in handen gekomen van het Amerikaanse concern Cargill, maar TOP blijft als partner van beide bedrijven onverminderd betrokken bij de ontwikkeling van de technologie en receptuur die Bflike over de hele wereld licentieert.

Ook TOP verwerft zijn inkomsten voornamelijk door nieuwe technologie te licentiëren. Bedrijven die de nieuwe technologie toepassen of fabrikanten die hiervoor apparaten bouwen betalen het bedrijf royalty’s.

“Daarmee kunnen we de zaak draaiende te houden. Grote investeringen zijn er niet bij. We bevinden ons voortdurend in de valley of death. Sommige ontwikkelingen slagen, andere niet. Onze aandeel­houders weten dat en accepteren dat ze niet elk jaar dividend ontvangen”, licht De Heij toe.

“Als je een apparaat van een half miljoen euro wil aanschaffen om toegepast onderzoek te doen, krijg je niet zomaar subsidie en zeker niet van een universiteit.”

Financiering in vroeg stadium van ontwikkeling

Juist vanwege het innovatierisico heeft TOP bij Mibiton aangeklopt voor het financieren van apparatuur. De Heij: “Als je een apparaat van een half miljoen euro wil aanschaffen om toegepast onderzoek te doen, krijg je niet zomaar subsidie en zeker niet van een universiteit. Een bank of leasebedrijf wil pas een leasecontract met je sluiten als de apparatuur een behoorlijke restwaarde blijft houden en natuurlijk voldoende cash flow op de investering wordt gegarandeerd. Maar onze prototypes voldoen hier niet aan. En durfinvesteerders willen verzekerd zijn van een behoorlijk rendement, maar dat is in een vroeg stadium van technologische ontwikkeling nog niet mogelijk.”

Mibiton verschaft geen kapitaal maar leningen (financial lease) met een aflossingstermijn van 4 à 5 jaar, waarbij soms in het eerste jaar alleen rente hoeft te worden betaald en de aflossing in het tweede jaar begint. De rente van 8% is hoog, maar daar staat tegenover dat een start-up de lening ook, als het goed gaat, vervroegd kan aflossen en niet met een schuld blijft zitten als het misgaat. Verder staat Mibiton enig uitstel van betaling toe als er problemen zijn. Vorig jaar bijvoorbeeld heeft TOP tijdens de Corona-pandemie de laatste aflossing van de lening een halfjaar mogen uitstellen.

“Als je bij een bank achterblijft met je betaling, kom je meteen bij de afdeling bijzonder beheer terecht. Mibiton blijft echter meedenken en stelt zich flexibel op”, aldus De Heij.

Bovendien eist Mibiton bij een lening geen onderpand. De Stichting schat de kans van slagen van een start-up van tevoren in op basis van een due diligence-onderzoek en beslist dan over het verstrekken van een lening in de vorm van financial lease. Als een project niet slaagt, is er geen man over boord, zelfs niet als het bedrijf failliet gaat, want Mibiton blijft juridisch eigenaar van de apparatuur en kan die zo nodig weghalen en tegen de restwaarde verkopen.

Risico nemen behoort tot de missie van Mibiton. De stichting is immers opgericht om jonge bedrijven in de life sciences van de grond te helpen, waarvan niet alle slagen. Maar de bedrijven die wel slagen maken de investeringen de moeite waard.

Over de betekenis van de Mibiton-leningen voor TOP oordeelt De Heij klip en klaar. “Zonder deze leningen was de PEF-technologie nooit tot wasdom gekomen en was er geen bedrijf zoals Becanex geweest. Mibiton financiert de eerste stepping stones, waarvoor je bij een bank of durfinvesteerder niet terecht kunt. Dat is essentieel om de valley of death te overbruggen.”